Review Pisnicht Nicolaas Veul

Pisnijdig

‘Wonden zijn collectief, en wij mogen deze als collectief verzorgen en helen.’

Tegenwoordig is Nederland al snel mieterig als het om grappen gaat. Althans, dat lijkt de mening te zijn van het gros der mensen die reageert in de comments onder media-artikelen. Ze lijken pisnijdig te zijn, dat mensen pisnijdig zijn dat er nog kwetsende grappen over hen wordt gemaakt. Want mensen zouden zich tegenwoordig té snel gekwetst voelen. En mensen die kritiek leveren op ‘humor’, zouden onze hele Nederlandse cultuur tenietdoen.

Over iedereen valt wel te grappen. Neem homo’s. Het woordje homo als scheldwoord lijkt in Nederland goed ingeburgerd te zijn, en dat moet kunnen. Youp van het Hek vindt in ieder geval van wel. Hij gebruikt eind 2017 dan ook het woordje pisnicht in een column in een kwaliteitskrant. De homo’s die daar wat van vinden, bevestigen meteen hoe mieterig ze wel niet zijn. Daar moet je maar tegen kunnen als homo, of in Van het Hek zijn woorden: daar moet je niet zo zeikwijferig over doen. Niks mis mee, toch?

Moet je inderdaad als homozijnde grappen accepteren over homo’s? Of eigenlijk: moeten wij als samenleving grappen accepteren over homo’s? In zijn documentaire Pisnicht onderzoekt Nicolaas Veul als tegenreactie op de column deze vraag, en waar het eigenlijk vandaan komt dat het woord homo zo te pas en te onpas wordt gebruikt. En waarom altijd in negatieve zin, want: ‘Je hoort nooit, hey je doet het supergoed, homo!’. Wél als iemand mieterig doet, of zich aanstelt. Dan ben je echt een nicht. Terecht stelt Veul – zelf homoseksueel – zich deze vraag af. En deze vraag maakt hij breder: is iets nog een grap, als mensen zich gediscrimineerd voelen? Als een complete (bevolkings)groep weggezet wordt voor andermans dollen?

Beginnend bij het begin: Één grapje. Homo! Natuurlijk mag dat, vindt Veul. Een of twee grapjes, is niet zo’n probleem, meent hij. Maar daar blijft het niet bij. Het is tegenwoordig onderdeel geworden van een cultuur. ‘Het hoort er gewoon bij.’, zegt hij in Pisnicht.

Pisnicht: The Movie met Nicolaas Veul

Hij doet een vragenronde in een voetbalteam, om zijn stelling te bevestigen. Hoort het woord homo erbij? In dit geval, op het veld? In de kleedkamer waar een team voetbalmannen tezamen komt na een wedstrijd, vraagt Veul of ze vaak het woord homo gebruiken. Zijn vermoedens worden bevestigd. Het blijkt inderdaad vaak rond te gaan, maar waarom dat weten de mannen in kwestie niet zo goed. ‘Ja, als iemand mieterig speelt, dan wordt wel eens het woord homo gebruikt ja. Daar bedoelen we niks mee’. En als de coach doorvraagt waarom ze dan specifiek dat woord gebruiken, dan komt het er toch op neer dat als iemand zwak is op het veld dit wordt gebruikt. Het maakt iemand uit het team dan ook niet uit dat ze homo als aanduiding gebruiken, want ‘diegene die er vooral last van heeft, díé persoon bevestigt dan meteen wat het woord betekent: mieterig, zwak.’ Je moet er vooral dus niks van vinden, lijkt hun boodschap. Al schrikt de coach van hun team er wel over dat er zo over wordt gedacht. Moeten homo’s zich er inderdaad niks van aantrekken? Is dat de oplossing? De verantwoordelijk leggen bij diegenen waarover wordt gegrapt. Is dat niet de rollen omdraaien? Of is dat ook humor? En als het woord niet meer als grap wordt gebruikt, ontneem je dan de Nederlandse cultuur iets? En wat dan precies?

Niet alleen over homo’s wordt gegrapt, dat wordt natuurlijk al eeuwen gedaan over allerlei groepen mensen. Chinezen lijkt ook vaak het doelwit voor humor te zijn. Neem het Coronavirus: dat is tegenwoordig ook hi-la-risch! Mensen die bedreigd worden met de dood. Een groep mensen met Aziatische kenmerken uitlokken en beroven? Is dat grappig? En mensen die Zwarte Piet discriminatie vinden, is dat iets om grappig te vinden? Mensen die een geschiedenis hebben meegemaakt, en waarvan de beerput keer op keer wordt open getrokken? Wie lacht daar om? En wie niet?

Het fascisme leek weg te zijn, maar volgens mij heeft het een wat moderner jasje gekregen. Met een logo ‘doe rustig’, want wij hebben vrijheid van meningsuiting (wat een vrijheid!). En o wee, als je er wat van vindt, dan ben JIJ diegene die triest is. En vrijheid van meningsuiting blijkt dan plots heel eenzijdig te zijn.

‘Een oordeel verwikkelt in een grap, is nog steeds een oordeel.’

Het gaat niet om de grap an sich, zoals Veul al stelt. Het gaat om ál deze grappen bij elkaar. Hierbij wordt niet goed nagedacht over de kracht van media. Een paar grappen verder en alles staat op internet. Een influencer die iets roept, en hele groepen die het klakkeloos nadoen. Elke actie heeft een reactie. Net als nu met het Coronavirus. Er wordt een eenzijdig beeld gecreëerd door de media en wat begint bij één of twee grappen, breidt zich uit als een olievlek. Opeens worden mensen nog meer gediscrimineerd – dan dat er misschien al gebeurt – en hup de beerput wordt bij hen weer geopend, onder het mom van; het is toch maar een grapje? Of is het een boodschap naar de mensen in kwestie? Een boodschap dat zij minder zijn/er niet bij horen, maar er zijn om grappen over te maken. Iedereen met gezond verstand snapt dat dit niet menswaardig is.

Het is maar het topje van een ijsberg. Een ijsberg die desbetreffende groepen in zich dragen. Mensen die er grappen over maken, kúnnen dus niet voelen en weten (of ze negeren het) wat voor pad deze mensen tot op de dag van vandaag hebben afgelegd. Zoals Veul het benoemt in het Parool: ‘In de kast is al veel schade aangericht’. En dat geldt volgens mij voor iedere groep die zich gediscrimineerd voelt. Voordat deze groepen zich überhaupt dúrven uit te spreken, is er al gigantisch veel schade aangericht. Dat grapje is dus vaak de druppel. Dus wie bepaalt nou eigenlijk of gekwetste mensen zich gekwetst mogen voelen? Zij of anderen?

Een oordeel verwikkelt in een grap, is nog steeds een oordeel. Het is nog steeds een vinger wijzen, naar iemand dat de grappenmaker in kwestie een minderheid ten opzichte van zichzelf vindt. Dat is gewoon discriminatie. De geschiedenis heeft niet alleen een moderner jasje gekregen, maar het is zo doorzichtig als wat als je het mij vraagt. En ook als je het transgenders, homo’s, mensen met labels, mensen die tegen Zwarte Piet et cetera vraagt. Zij lijken beetje bij beetje op te staan, wat helaas nog niet zonder slag of stoot gaat. Zij zijn de pioniers die het opnemen voor ‘hun groepen mensen’.

Het wordt tijd dat we allemáál opstaan, om deze gekwetste mensen – mensen zoals jij en ik – bij te staan. Juist om te laten zien dat niet iedereen humor gebruikt om hele bevolkingsgroepen weg te zetten, ook al gebeurt dat wel ons heen. Juist om mensen te leren dat we allemaal gelijk zijn, ondanks dat er zo veel verschillen zijn. Dat verschillen niet eng zijn, maar dat veelzijdigheid onze wereld kleurt en mooi maakt.

Ik hoop dat mensen die de klok horen luiden nu (meer) op zoek gaan waar de klepel hangt. Geschiedenis is er namelijk niet om vergeten te worden, omdat het ons allemaal tot op de dag van vandaag vormt. En dat is precies waarom één grapje ook niet meegaat met de nieuwe tijd. Geen zout strooien op collectieve wonden, maar zorgen dat we deze collectief verzorgen en genezen.

 

Ik ben Suze, geboren om 08.08 op 31.08.1989, te Breda. Ik ben een HSP'er, een nieuwetijdsmens, een lichtwerker, een Brabander, een aarde én watertype, een zacht meisje met pit, beeldend en praktisch tegelijk, iemand met een sterke boodschap, maar bovendien: een mens met allerlei perfecties en imperfecties: net als jij. Ik verwonder mij voor hetgeen wat we niet altijd letterlijk kunnen waarnemen. Ik analyseer er wat op los, en schrijf om de boel te structureren en anderen te inspireren. Altijd op zoek naar eenheid en verbinding, met authenticiteit en aanwezigheid in het hier en nu. Zodat ik niet ga zweven, maar geworteld blijf. Met de hoofd in de wolken, en de voeten in de aarde. Hier laat ik al mijn kaarten zien, en nodig jou uit om hetzelfde te doen. Spread the light. 💙

Leave a Reply