Bali Column

De verbouwing

Sinds vorig jaar september woon ik in Berawa. Het is een vrij rustige buurt hier in Canggu, op het eiland Bali. Deze plek is de Jordaan van Amsterdam. Wellicht niet zo luxe als deze buurt, wel gekenmerkt door dezelfde relaxtheid.

Sinds een paar maanden is mijn oud, slapend straatje waar ik woon veranderd in een gigantisch woonproject. Een voorheen oude schuur wordt namelijk vervangen door een gigantisch resort, en met gigantisch bedoel ik Gigàntisch. Het is ongetwijfeld een project van een rijke ‘bule’ (buitenlander), waarin de verbouwing wordt uitgevoerd door iets minder rijke Balinezen. Deze situatie is dagelijkse kost in Canggu, gezien de resorts/restaurants als paddestoelen uit de grond schieten. Restaurants uit deze buurt klagen erover, want de concurrentie is enorm en stijgt met de dag. Ze hebben daarom grote moeite om hun bezoekersaantal hoog te houden. Heb ik daar iets over te zeggen? Vrij weinig, als je bedenkt dat ik hier pas een jaar woon en Indonesië niet mijn land van herkomst is. Toch vind ik er iets van.

Voordat ik mijn mening verkondig, zal ik de situatie schetsen. Je moet weten dat wanneer men een verbouwing heeft op Bali, de hele bouwfamilie hier woont ten tijde van de renovatie. Een groter contrast tussen hun (tijdelijke) leefomstandigheden en de grote villa’s aan de overkant is er niet. Dit verschil is praktisch te zien aan hun ontblote, rokende kinderen die in het puin rondlopen en meewerken, vegen op hun gezicht, tanden die nog nooit een tandarts hebben bezocht, het feit dat ze geen Engels spreken en dat er kleine criminele activiteiten worden gepleegd.

De verbouwing is om bovenstaande redenen een groot (geluids)overlast voor iedereen uit de straat, en vooral voor mijn Amerikaanse buurman. Zo zag deze vijftigjarige man op de camera die op zijn huis gericht is, dat twee van de mensen van de verbouwing iets uit zijn scooter gestolen had. Een stoïcijnse blik en ophalende schouders van desbetreffende mannen, was tot de teleurstelling van mijn buurman de enige reactie die hij mocht krijgen toen hij hen hierop aansprak. Door deze situatie vraagt de buurman aan mij of ik niet bang ben voor deze mensen aan de overkant, (seksuele) criminaliteit is namelijk aanwezig op Bali. Ik tuur naar de ongeveer dertig mannen en paar vrouwen aan de overkant, die sinds een paar maanden mijn nieuwe indringende buren zijn en antwoord stellig met een nee. De buurman begrijpt het niet. Weet ik niet hoe gevaarlijk deze mensen kunnen zijn? Jawel, maar ik ben niet bang. Ik ben op mijn hoede, maar kijk niet op ze neer en maak mij ook niet kleiner ten opzichte van hen. ‘En ik denk als je op gelijk voetstuk blijft staan ze dat voelen’, zeg ik tegen deze buurman, die een wenkbrauw optrekt als antwoord. Voor de duidelijkheid: ik ben ook niet naïef. Ik bekijk het alleen niet zo zwartwit. Ik ben niet bang, omdat ik mij in hun situatie kan inleven. Wellicht had ik ook iets gestolen uit de scooter van mijn buurman, als mijn leefomstandigheden zo waren dat ik mijn kinderen mee moest laten werken in de bouw, vertelde ik op een niet belerende toon tegen hem. Daarbij heb ik honden, en  veel Indonesische mensen vinden honden vies (als ze moslim zijn). Deze honden bewaken mijn huis en oprit en blaffen als er iemand anders in ons huis betreedt. Hij snapt dat en beaamt dat ik veilig ben met honden. ‘She will kick their ass’, zegt hij terwijl hij naar Billy wijst. Ik begrijp hem ook, en sla zeer zeker zijn mening niet van tafel. Alleen bekijk ik het vanuit meerdere kanten. ‘Van binnen zijn we allemaal hetzelfde, en tegelijkertijd heb ik geen oogkleppen op voor onze verschillen’, voeg ik aan mijn mening toe. Hij wenst ook zo naar mensen te kijken, zegt hij tot slot van het gesprek.

In ieder geval; deze verbouwing vind ik – naast dat ik me kan inleven – behoorlijk irritant. Geen koptelefoon of monnik is hiertegen bestand. De bouwvakkers klussen íédere dag fier van zeven uur ‘s ochtends tot acht uur ‘s avonds. Hierbij wordt gebruik gemaakt van machines die dateren uit het jaar 1700 en daarnaast blèren ze er wat op los. Dag in, dag uit.

Nu moet je begrijpen dat ik een hoogsensitief persoon ben, mocht je toevallig enkel op deze column stuiten zonder enige achtergrond te hebben. Dat houdt onder andere in dat ik gevoelig en zeer oplettend ben voor alles wat er extern en intern gebeurd. Ik mis een filter, wat zowel in mijn voor-als nadeel kan werken. In de tien jaar dat ik mij HSP-gebruiksaanwijzing ken, heb ik veel trucjes geleerd, waardoor ik mij staande weet te houden in een chaotische wereld die mij vaak overweldigt. Toch blijft de verbouwing aan de overkant (op zo’n drie meter afstand) zacht gezegd dus een (extra) flinke uitdaging.

Ook mis ik mijn privacy enorm. Ik heb namelijk niet alleen last van de boorgeluiden, maar voel ook de aanwezigheid van een heel nieuw dorp in mijn straat en van de koplamp die op mij gericht is zodra ik de deur verlaat. Ik weet dat ik zelf voor verantwoordelijk ben voor deze emoties, tegelijkertijd ben ik niet naïef en snap ik dondersgoed hoe wij bule’s overkomen en vind ik deze emoties dus volstrekt logisch. Zo wordt in Indonesië een blanke huid namelijk nog steeds als een schoonheidsideaal gezien. Lokale mensen werken met dikke truien aan in de brandende zon, zodat ze niet bruiner worden, en veel huidverzorgingsproducten en cosmetica bevat spul dat de huid blanker maakt. Ik hoor het ook van mijn Indonesische vrienden. Een blanke huid is alles voor ze, terwijl wij zo graag een kleurtje willen. Want als je een hele bruine huid hebt, zal je wel buiten (op het land) werken, en dus arm zijn. Ben je dus een blanke bule, dan ben je rijk en word je vanzelfsprekend op een voetstuk geplaatst en aangestaard. Voor iemand zonder filter is dat alles behalve fijn en tegelijkertijd de harde realiteit. En ik heb ook niet zo zin om de juf (met tien luttele woorden kennis van de Indonesische taal) uit te hangen voor dertig man die geen Engels spreken. Dus leer ik mij tot op heden zonder daverend succes nog meer afsluiten.

Ja, deze omstandigheden vind ik ruk. Het feit dat in mijn voorheen slapende, welvarende straat, de overkant ineens omgetoverd is tot een ware sloppenwijk, blijkt echter mijn grootste uitdaging. Mijn empathisch vermogen draait op volle toeren. Tegelijkertijd ben ik niet naïef en ben ik bewust dat er nou eenmaal enorme verschillen op aarde zijn, ook als ze minder pontificaal in mijn gezicht worden geduwd.

Ook ben ik bewust dat als je rust wil je níét in Canggu moet wonen. Dan moet je ergens in het noorden op Bali wonen, waar je buren waarschijnlijk niet meer tellen dan twee kippen. Zo rustig wil ik niet leven, dus zijn deze omstandigheden een bijkomstigheid én het risico van op een plek wonen waarbij toerisme op nummer één staat.

Een weg hierin vinden blijkt wel lastig. Tegelijkertijd is het hier een groot HSP-kamp waarbij ik word uitgedaagd om bij mijzelf te blijven, mijzelf te beschermen, mijn inlevingsvermogen niet uit te schakelen (dat kan ik ook niet), en daarbij mijzelf ook niet uit te schakelen. Ook leer ik hoe ik extern met zulke omstandigheden kan omgaan. Zo wilde ik de mensen in de bouw wat geld geven, maar schijnt dat hier helemáál niet gewaardeerd te worden. Begrijp ik ook wel, vandaar dat ik het eerst vroeg aan iemand die hier lang verblijft. Dat is ook niet echt op gelijkwaardig voetstuk, maar kan overkomen alsof jij wel even met je portemonnee zwaait. Soms is weten dat je niet altijd hoeft te handelen genoeg. Zo’n situatie leert je ook meer waarderen wat je zelf hebt en oogkleppen voor eens en altijd weg te gooien. Want donkere plekken van het leven van dichtbij te zien en ermee te dealen, ondanks de overlast die je daarvan ondervindt, is nooit een crime in het leven en maakt je alleen maar sterker en dankbaarder voor wat je hebt. En om in Johan Cruijf’s woorden te spreken: elk nadeel heb zijn voordeel.

 

Over Suze

Ik ben Suze, geboren om 08.08 op 31.08.1989, te Breda.

Ik ben een HSP'er, een nieuwetijdsmens, een lichtwerker, een Brabander, een aarde én watertype, een zacht meisje met pit, beeldend en praktisch tegelijk, iemand met een sterke boodschap, maar bovendien: een mens met allerlei perfecties en imperfecties: net als jij.

Ik verwonder mij voor hetgeen wat we niet altijd letterlijk kunnen waarnemen. Ik analyseer er wat op los, en schrijf om de boel te structureren en anderen te inspireren.

Altijd op zoek naar eenheid en verbinding, met authenticiteit en aanwezigheid in het hier en nu. Zodat ik niet ga zweven, maar geworteld blijf. Met de hoofd in de wolken, en de voeten in de aarde.

Hier laat ik al mijn kaarten zien, en nodig jou uit om hetzelfde te doen.

Spread the light.

💙

Leave a Reply

You have to agree to the comment policy.