De boodschap van Filosofie

De boodschap van: Maartje Wortel

Maartje Wortel Interview

Schrijfster Maartje Wortel (1982) werd van de School voor Journalistiek gestuurd omdat ze te veel verzon. Inmiddels is Wortel één van de meest kenmerkende en gewaardeerde schrijfsters van deze generatie. Voor haar debuut Dit is jouw huis, ontving ze de Anton Wachterprijs. Voor haar boek IJstijd won ze de BNG literatuurprijs. Haar meest recente boek Dennie is een star gaat over tijd, ruimte, liefde, religie en zingeving. Ook dit boek ontving jubelende recensies.

• Op de Rietveld Academie kreeg je les van Wim Brands. Tijdens een van de eerste lessen gaf hij zijn leerlingen een paar regels mee. Hij zei: ‘Je moet eerst weten hoe je moet sturen voor je uit de bocht vliegt. En hij zei: ‘Schrijf nooit over je kat. Of over welke kat dan ook.’ Dennie is een star is een verhaal over over Dennie, een rode kat. De regel over de kat, lapte je dus aan je laars. Tegelijkertijd zie je zijn regels juist als levenslessen. Waarom waren dit levenslessen voor je?

Omdat je levenslessen soms op een simpele manier kunt krijgen.Met het uit de bocht vliegen bedoelde hij denk ik dat je dat alleen kunt doen als je weet wat je doet. Dus dat alles mag, als je eerst weet hoe het moet. Simpelweg uit de bocht vliegen kan iedereen.

In de les over de kat zag ik een les waarin hij bedoelde: maak het universum groter in plaats van kleiner. Wat belangrijk is voor jou hoeft niet belangrijk te zijn voor anderen.

‘Ik hou ervan vragen te stellen. En ik verlang niet naar antwoorden.’

• Nog even over die rode kat, Dennie. Deze kat wordt een god. Daarover zeg je: Iets wordt waar, als je er sterk in gelooft. Kun je dat uitleggen?

Wanneer je iets serieus neemt, wat dan ook: dan wordt het waar in je hoofd. Een liefde, een god, de literatuur. Als je een verhaal om iets heen bouwt, krijgt het verhaal kans om te groeien.

• Je boeken worden gekenmerkt door thema’s als de zoektocht naar de eenzaamheid in de tijd waarin we nu leven, en je eigen identiteit daarin. Waarom ligt het onderwerp eenzaamheid zo dicht bij je?

Omdat iedereen uiteindelijk alleen is en de ruimte die je moet zien te overbruggen naar en met een ander draagt, vooral in taal, altijd een kloof me zich mee. Ook heb ik sympathie voor zoekende en aanklooiende mensen. Dus dat laat ik mijn personages ook doen. Waarmee ik uiteindelijk dus juist wil zeggen: we zijn niet alleen, niemand snapt het.

• Zo woonde je drie weken tussen de bejaarden, om daar vervolgens over te schrijven. Je zag er best tegenop, omdat je van tevoren dacht dat ze niet echt meer mee tellen met de maatschappij, en vereenzaming op de loer ligt. In hoeverre is je instelling over ouderen veranderd na deze drie weken?

Ouderen zijn net als jongeren. Ik vond het vooral opvallend van mezelf dat ik tegen racisme en seksisme ben, maar dat ik zelf wel een bepaald gekaderd beeld over ouderen had. Leeftijdsdiscriminatie wordt toch als iets minder ergs gezien. En dat is erg. Dus die tijd in het bejaardenhuis heeft mijn denken wel veranderd.

‘We hebben zoveel vrijheid en keuzemogelijkheden, dat we denken dat we ons leven zelf in de hand hebben.’

•  In welk opzicht heeft die tijd je denken over ouderen veranderd?

Ik dacht vroeger altijd als ik ouderen zie: wat gaat langzaam. Ik vond ze ook een beetje zeurderig, en dacht dat ze niet meer mee tellen. Toen ik in het verzorgingshuis logeerde tussen bejaarden bleken die eerdere gedachte onzin. Ik ben toen anders naar ouderen gaan kijken. Hoe langer ik in het tehuis verbleef, hoe meer ik erachter kwam dat ouderen vrijwel niet verschillen van mijn leeftijdgenoten. Je hebt er aardige mensen tussen zitten en minder aardige mensen. Pessimisten en optimisten. Daarbij verliezen we het allemaal van de tijd, en dus: van de ouderdom en de dood die onherroepelijk komen. Wat is er dan nog zo afschrikwekkend aan ouder worden? Oud zijn?

Wortel woonde drie weken tussen ouderen in Eindhoven. © Omroep Brabant

• Hoe keken die ouderen naar onze tijd?

Ze zeggen allemaal dat ze niet in mijn schoenen zouden willen staan. Dat het onzekere tijden zijn voor jonge mensen, er er zware tijden aankomen.Ik neem hun zorgen serieus en toch ben ik blij dat ik jong ben, dat alles nog staat te gebeuren, wat dat dan ook moge zijn.

• Over Je boek Ijstijd zeg je: het gaat over hoe ik deze tijd zie, hoe ik merk dat mijn vrienden en ikzelf worstelen met bijvoorbeeld intimiteit of oprechtheid en met hoe we naar de wereld en naar elkaar kijken. Daarbij zeg je: ‘ik denk dat je als schrijver wel moet laten zien hoe je naar jouw tijd kijkt, en naar mijn idee reflecteer ik op de mijne. Kun je kort omvatten hoe je naar onze tijd en de bewoners van deze tijd kijkt?

We hebben zoveel vrijheid en keuzemogelijkheden, dat we denken dat we ons leven zelf in de hand hebben. Dat maakt ons naast arrogant en lui, ook bang en eenzaam. Want er is veel wat je niet in de hand hebt, want er is uiteindelijk geen controle. Dus de controle loslaten en gewoon leven, dat lijkt al heel moeilijk te zijn.

Tegelijkertijd vind ik het een prachtige tijd, want er is zoveel vrijheid dat eigenlijk alles mogelijk is. Die totale paradox maakt het prachtig en onmogelijk tegelijk.

• Ook zeg je: ‘We zijn juist alleen maar bezig met wat andere mensen van ons vinden.’ Het gaat juist allemaal om hoe anderen mij zien, en daardoor is het vaak moeilijk om te weten wat ik zelf eigenlijk wil en wat ik zelf voel.’ Denk je dat het extern zoeken naar antwoorden ook iets uit deze tijd is? En heb je een manier gevonden om daarmee om te gaan?

Ik denk dat veel mensen bezig zijn met hoe ze gezien worden. Dat is van alle tijden, lijkt me. Ik probeer te luisteren naar mijn intuïtie, zowel als maker als in mijn privé-leven. Ik vind vragen interessant als: maar wordt je intuïtie niet ook (mede) gestuurd door anderen? En op welke manier raak je zowel jezelf als de verbinding met anderen (en dus de realiteit) niet kwijt?

•  Je zegt: ‘Schrijven is ook controle, zo van: ik begrijp de wereld niet dus dan ga ik dat maar onder woorden proberen te brengen, zodat het een soort kader krijgt. Dat is misschien een beetje een cliché. Hoe dan ook: dat wil ik juist niet, ik wil ook in het schrijven de wereld niet begrijpen.’ Waarom wil je de wereld niet begrijpen of kaderen (voor jezelf)?

Dat lijkt me gevaarlijk en afbreuk doen aan de ideeën van anderen. Mijn kader is niet het kader van een ander. Tunnelvisie lijkt me niet te ambiëren.

• Terwijl mensen wel een antwoord van je verlangen, ook al heb je op veel dingen geen antwoord. Je zegt daarbij: Als je geen vragen stelt, zul je ook niet tot inzichten komen.’ Je werkt geeft dus meer vragen dan antwoorden. Sta jij ook zo in het leven?

Ja. Ik hou ervan vragen te stellen. En ik verlang niet naar antwoorden. Of in ieder geval niet naar één antwoord. Omdat ik daar niet in geloof. Alles is altijd in beweging, dat is mijn geloof. Dat zie je ook terug in mijn werk. En antwoorden zijn dus ook in beweging. Zowel de tijd als de taal is zeer vitaal. Die vitaliteit wordt vaak (niet zelden uit angst) ondermijnd. Mensen willen antwoorden om het leven te begrijpen. Maar het valt volgens mij  niet te begrijpen, het valt alleen te ondergaan. Met alle gevolgen van dien.

• ‘Alles gaat ergens over en alles gaat nergens over.’ Is dit hoe je naar het leven kijkt?

Ik denk eigenlijk dat ik vooral denk dat alles er altijd al is. En dat we, hoe miniem ook, belangrijk zijn om iets (het leven) in stand te houden.
Ik geloof niet in een hoger doel of plan, maar wel dat het zo is zoals het zijn moet.

•  Mensen vinden je werk of heel goed of ze trekken je niet, en dat zit ook in je persoonlijkheid zeg je. Je houdt bijvoorbeeld van provoceren, omdat je niet van saaie, gemakkelijke situaties houdt. Waar anderen stoppen ga jij door en eroverheen. Wil je mensen zo wat leren?

Dat doe ik niet per se expres, maar ik ben vaak wat ongeduldig als ik gesprekken oppervlakkig vind of als ik denk dat mensen bullshit uitkramen. Ik ben niet bang voor ongemak en confrontatie. En ik vind het dus niet zo erg als mensen me dan niet trekken. Dat is de consequentie van vragen stellen. En anders vind ik het leven ook zo saai.

• Welk filosofisch boek moet iedereen gelezen hebben?

De Mythe van Sysiphus van Albert Camus.

© Joost Joossen / Das Mag

 

 

 

 

 

 

Over Suze

Ik ben Suze, geboren om 08.08 op 31.08.1989, te Breda.

Ik ben een HSP'er, een nieuwetijdsmens, een lichtwerker, een Brabander, een aarde én watertype, een zacht meisje met pit, beeldend en praktisch tegelijk, iemand met een sterke boodschap, maar bovendien: een mens met allerlei perfecties en imperfecties: net als jij.

Ik verwonder mij voor hetgeen wat we niet altijd letterlijk kunnen waarnemen. Ik analyseer er wat op los, en schrijf om de boel te structureren en anderen te inspireren.

Altijd op zoek naar eenheid en verbinding, met authenticiteit en aanwezigheid in het hier en nu. Zodat ik niet ga zweven, maar geworteld blijf. Met de hoofd in de wolken, en de voeten in de aarde.

Hier laat ik al mijn kaarten zien, en nodig jou uit om hetzelfde te doen.

Spread the light.

💙

(2) Comments

  1. Sanne says:

    Tof interview, vind Maartje een erg fijne schrijver en haar laatste boek echt een aanrader!

    1. Suze says:

      Thanks Sanne!!

Leave a Reply to Suze Cancel reply

You have to agree to the comment policy.